Onlangs werden mij de volgende vragen gesteld: Waarom spreek je over zeer makkelijk lerende in plaats van hoogbegaafde kinderen? Hoogbegaafden kunnen toch niet perse makkelijk leren?

Bij gebruik in de schoolomgeving wordt gewoonlijk de in de psychologie gehanteerde naamgeving aangepast bij IQ-scores lager dan 90, maar bij IQ-scores van 90 of hoger vindt deze aanpassing niet plaats.

Bij een IQ-score van 50 tot en met 69 wordt bijvoorbeeld in de schoolomgeving de meer pedagogische naamgeving zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk)gebruikt. Dit, om aan te geven dat sprake is van een leerachterstand. In de psychologie wordt deze groep aangeduid als kinderen met een licht intellectuele of verstandelijke beperking. Het is gebleken dat het meerwaarde heeft voor de betrokken leerlingen, ouders en schoolactoren als de naamgeving aan de omgeving is aangepast. Hiermee wordt namelijk de situatie van het kind verduidelijkt, zonder dat een bepaalde connotatie of gevoelswaarde wordt meegegeven.

Aangezien mijn proefschrift Gelijkheid troefbetrekking heeft op het basisonderwijs, heb ik de classificatie bij IQ-scores van 90 of hoger eveneens aangepast aan het gebruik in de schoolomgeving. Hierbij zijn de tegenhangers van de naamgeving bij IQ-scores lager dan 90 toegepast. Dit leidt tot de volgende indeling:

  • Zeer moeilijk lerend bij de score 50 – 69; 
  • Moeilijk lerend bij de score 70 – 79; 
  • Matig lerend bij de score 80 – 89; 
  • Gemiddeld lerend bij de score 90 – 110; 
  • Bovengemiddeld lerend bij de score 111 – 120; 
  • Makkelijk lerend bij de score 121-130; 
  • Zeer makkelijk lerend bij de score hoger dan 130.

Vanuit zichzelf leren de laatstgenoemde twee groepen kinderen makkelijk of zeer makkelijk. Doordat echter het onderwijs niet aan hen is aangepast, leren zij op den duur niet (meer) makkelijk.

Bron: Gelijkheid troef in het Nederlandse basisonderwijs, onderzoek naar het onderwijs voor zeer makkelijk lerenden, Heer 2017, p. 388.