Op de eerste dag van de Week van de Hoogbegaafdheid besteden we aandacht aan onze zuiderburen. Onlangs heeft het Vlaams Parlement namelijk het hoofd gebogen over de Conceptnota voor nieuwe regelgeving betreffende de ondersteuning en begeleiding van zeer makkelijk lerenden (ZMAL) en hoogbegaafde (HB) jongeren in het onderwijs van 26 september 2018.

In deze conceptnota vragen de indieners de Vlaamse overheid onder meer de beeldvorming uit te dragen dat een ZMAL- of HB-leerling een talent is dat veel training nodig heeft. Ook verzoeken zij in opleidingen uitgebreid en diepgaand aandacht te besteden aan deze leerlingen. Tevens vragen zij de overheid middelen uit te trekken om het onderwijs aan zeer makkelijk lerende kinderen aan te passen. De indieners adviseren de Vlaamse overheid een informatieplatform op te richten (p. 21-22). Dit advies ligt in lijn met de plannen die zijn opgenomen in het beleidsplan van het Kenniscentrum voor Makkelijk Lerenden

In het verslag van 7 februari 2019 van de Commissie voor Onderwijs van het Vlaamse Parlement over de hiervoor genoemde conceptnota is vermeld dat de indieners van de conceptnota ook te rade zijn gegaan in Nederland. Gesteld wordt dat men in Nederland op dit gebied toch al iets verder staat (p. 4). De bescheidenheid van de indieners van de conceptnota is natuurlijk heel mooi, maar dit kan haast niet waar zijn. In Nederland wordt door de overheid feitelijk immers nagenoeg niets op dit terrein gedaan. Als alleen al wordt gekeken naar de subsidieregeling hoogbegaafdheid, dan is de conclusie onvermijdelijk dat de maatregelen in Nederland mooier lijken dan ze zijn.